22-04-07

Watergewenning

SPETTER - SPAT, IK WORD NAT !

Watergewenning voor kleuters

Watergewenning bij kleuters is in de eerste plaats een gezonde manier om bij uw kind de motoriek te activeren en de ademhaling en de bloedsomloop te stimuleren. Het water is bovendien de ideale plaats om samen plezier te beleven.

De opbouw van de activiteiten ‘watergewenning’ is in geen geval prestatiegericht. Het is de bedoeling dat eventuele watervrees bij kleine kinderen afneemt en dat de kleuters zelfstandig leren bewegen in ondiep water.

              zwemmen

Watergewenning is de eerste en belangrijkste stap in het zwemleerproces. Een eerste contact met het zwembad vergt een grote aanpassing van het kind : de grote ruimte, de typische geluiden, de douches, de watertemperatuur …

In feite is watergewenning niet leeftijdsgebonden : zowel een baby, een 3-jarige als een 60-jarige kan zijn / haar watervrees overwinnen.

Toch is watergewenning op kleuterleeftijd aangewezen omdat we het probleem bij de basis willen aanpakken. Een vroege watergewenning leidt immers tot jarenlang zwemplezier.

In een klein groepje leeftijdsgenoten wordt de kleuter vertrouwd gemaakt met water.

Kleuters leren spelenderwijs watervrees overwinnen en omgaan met de hygiëne en de gevaren in en om het zwembad. De watergewenning gebeurt alleen in het kleine zwembad onder leiding van de juf die bijgestaan wordt door zwemouders.

De overgang van de watergewenning naar de start van het eigenlijke leren uitvoeren van correcte zwembewegingen is een belangrijke stap in de ontwikkeling van de zwemvaardigheden van het kind.

De doelstellingen van de watergewenning zijn pas bereikt wanneer het kind voldoet aan volgende voorwaarden :

1. Het kind heeft geen angst voor water op zich

2. Het kind kan zich oriënteren, de ademhaling controleren en ontspannen bewegen in waterig milieu

3. Het kind kan de draagkracht van het water gebruiken

4. Het kind gebruikt vooral armen en handen om zich voort te bewegen

5. Het kind kan zich zelfstandig al drijvend voortbewegen over een korte afstand

Een woordje uitleg bij elk van deze 5 te doorlopen fasen kan zeker nuttig zijn.

1. angst voor water overwinnen : bij het vertrouwd worden met het milieu ‘water’ komt slechts in zeer beperkte mate de motorische capaciteiten van het kind aan bod. Onderwerpen hierbij zijn bvb. onder de douche staan, zichzelf nat maken op de trapjes van het zwembad, de trapjes afgaan tot in heupdiep water - idem tot in schouderdiep water, een balletje over het wateroppervlak blazen, in het water glijden

2. oriëntatie, evenwicht en ademhaling in steun : het kind heeft steeds met hand(en) en / of voet(en) contact met de bodem of de muur van het bad. Mogelijke oefeningen : in heupdiep water langs de kant stappen, bellen blazen aan het wateroppervlak, naam roepen onder water, onder water gaan en rechtstaan in een drijvende hoepel in heupdiep water, vorderen met de handen vast aan de rand van het instructiebad, onder water gaan en rechtstaan in een drijvende hoepel in schouderdiep water, langs een verticaal gehouden stok afdalen in schouderdiep water, een tuimeling maken rond een horizontaal gehouden stok

3. oriëntatie, evenwicht en ademhaling zonder steun : het kind heeft tijdens de uitvoering van de oefeningen minstens op één moment geen enkele vaste steun meer. Bvb. een dolfijnsprong uitvoeren, in schouderdiep water springen, ‘slapen’ in schouderdiep water, op de bodem gaan zitten in schouderdiep water

4. horizontaal drijven zonder actieve voortbeweging : zich door de begeleider laten voortslepen in buiklig - idem in ruglig, afstoten en uitdrijven in buiklig met behulp van een plankje - idem in ruglig, afstoten en uitdrijven in buiklig / ruglig zonder plankje

5. actief drijven : het kind kan zelfstandig bewegen en voortbewegen zonder steun bvb. In horizontale positie 360° rond de lengteas draaien, zich over 5 m voortbewegen met een plankje - zonder steun, zich over 3 m voortbewegen zonder steun in schouderdiep water.

Het zal wellicht reeds duidelijk zijn dat lang niet alle kinderen deze vaardigheden al beheersen wanneer ze in het eerste leerjaar terecht komen. In hoeverre een kind over de nodige basisvaardigheden beschikt om de overstap naar het ‘echte’ zwemmen te maken, hangt o.a. af van de maturiteit van het kind, die zich deels uit in de lichaamslengte. Ook de vertrouwdheid met water, opgebouwd in de eerste vier levensjaren zal een positief effect hebben op het gemak waarmee een kleuter de fase van de watergewenning in het zwembad doorloopt. Of een kind klaar is voor de overstap naar zwemlessen hangt dus af van genetische factoren (groei / rijping, maar ook aangeboren angst) als van waterervaring en eventueel opgedane angst in de eerste vier levensjaren. Voor dit laatste element is de rol van de mama’s en de papa’s natuurlijk niet te onderschatten.

Leren zwemmen zou voor ieder kind evenzeer deel moeten uitmaken van zijn ontwikkeling als leren lopen. Hoe eerder een kind vertrouwd geraakt met water, hoe beter.

Water moet voor de kleuter een vriend moeten worden, waarin het zich speels en natuurlijk voort kan bewegen.

Watergewenning in de derde kleuterklas : praktische info

Watergewenning willen we doen in een speelse en ongedwongen sfeer.

Niet : “wij gaan leren zwemmen”, maar “wij gaan met vriendjes in het water spelen”.

Voor en na het zwemmen gaan de kleuters naar het toilet en nemen een stort- en voetbad.

Alle oefeningen voor watergewenning gebeuren in het ondiepe instructiebad.

Om de activiteit ‘watergewenning’ vlot te laten verlopen en onze zwembeurt optimaal te benutten, is het praktisch om met volgende afspraken rekening te houden :

De kleuter heeft makkelijke kledij aan zodat hij zich zelf kan aan- en uitkleden (bvb. sportkledij)

De kleuter heeft reeds haar badpak of zijn zwembroek aan onder de gewone kledij

De kleuter heeft makkelijke schoenen aan zodat hij die zelf aan en uit kan doen (bij voorkeur zonder veters)

Alvast veel spetter-spat-plezier in de zwem.com te Oudenaarde